Drie jaar geleden was ze hier voor het laatst.
We stapelden hout.
Een gewone middag, die achteraf een herinnering blijkt te zijn.
Want stapelen kon ze goed. Buurvrouw. Ondanks dat haar leven in de jaren daarvoor stukje bij beetje werd uitgegumd.
Het is moeilijk te bepalen wanneer dat nou precies begon.
Was het tijdens het lopen van het Pieterpad, samen, dat het mij opviel dat ze vaak struikelde en de kaart niet meer las zoals ze dat deed op vorige wandelvakanties?
Maar ach, iedereen mist weleens een afslag.
Toch?
Het lijkt al zo lang geleden dat we bij elkaar in de straat kwamen wonen.
Toen Man en ik weer eens verhuisden.
En wij elkaar ontmoetten.
Liefde op het eerste gezicht.
Het was het goede leven.
Daar op de Sluiskade Noordzijde.
Buurvrouw kon gelukkig zijn met weinig.
Als je maar mensen om je heen verzamelde met wie je het goed kon hebben en met wie je kon bouwen.
Met wie je kon praten, denken.
Ze was anders dan alle buurvrouwen ooit.
Liever.
Zachter.
Gekker.
Ook.
Omhelsde mij als ze me een dag niet had gezien.
Wapperde met energien.
Droeg kloffies.
Had een tak in de kamer met kerstlampjes.
Het hele jaar door.
Met haar zwom ik in de Loolee.
Met haar bedacht ik dat De Nieuwe Liefde Amsterdam De Nieuwe Liefde Almelo kon worden.
En het geschiedde.
En nu is ze dood.
Niet onverwacht.
Maar toch.
Het blijft het grote nadeel van emigreren.
Mensen achterlaten.
Als je er wilt zijn.
Als je er moet zijn.
Ben je er eigenlijk niet.
Donderdagochtend.
Vijf uur vroeg.
Rijden Man en ik.
Blik op de weg.
Richting Almelo.
Mijn handen met kloffies om het stuur geklemd.
Verstuurd vanaf mijn iPhone








