• Leo

    Leo

    was in Frankrijk.

    Leo uit Rome dan wel te verstaan.

    Deze maand bidt hij speciaal voor bescherming van water.

    Nou.

    Dat is geen overbodige luxe.

    Dacht ik,

    toen ik voor ’t eerst weer mijn lange route liep.

    Maanden had ik dat niet gedaan.

    Verhuizen slurpte alle tijd en vooral mijn energie op.

    Maar eerlijk is eerlijk.

    Het was ook gewoon veel te warm.

    Code rood.

    Hittenoodplan.

    Toeristen die afhaakten.

    Frankrijk en ik kraakten onder de hitte.

    Zomer 2026 was de warmste sinds het begin van de metingen in 1900.

    Dat merkten we niet alleen aan de hitte.

    Ook aan de boekingen.

    Collega’s met chambre d’hôtes zonder airco zeiden dat kamers leeg bleven.

    Toeristen wilden naar de bergen.

    Hoger was het nieuwe koeler.

    En toen werd het eindelijk maandag 21 september.

    Ik stond op zonder zon.

    Gewoon grijs.

    Eindelijk.

    En voor het eerst voelde ik:

    het kan weer.

    Dus liep ik door ’t gebied dat ik dacht te kennen.

    Mis.

    De hete en droge zomer had flink huisgehouden.

    Struiken die normaal vol groen staan, zagen er slap en vermoeid uit.

    Bramen verdroogd.

    Bessen verschrompeld.

    Alsof alles wat normaal groeit zich maar had afgemeld.

    De aarde was niet een beetje uitgedroogd.

    De aarde had er geen vertrouwen meer in.

    Het was droog op een manier die je automatisch beter deed kijken.

    Naar bladeren.

    Struiken.

    Grond.

    Water.

    Nou ja.

    Naar waar water dan had moeten zijn.

    In de Cèze dus.

    Die staat laag.

    Ondertussen was Leo in Frankrijk.

    Parijs.

    Lourdes.

    Metz.

    Volgens de voorspelling kwam er deze week regen.

    Wisselend bewolkt.

    Klinkt vaag.

    Zeker als het om regen gaat.

    Maar inmiddels regent het toch.

    Misschien is wachten ook wel een vorm van geloven.

    Dat iets bestaat, ook als je het nog niet kunt zien.

    Dat er aan de overkant van de straat een huis voor Man en mij klaarstond.

    Dat ik nu pas snap waarop ik heb gewacht.

    Dus wie weet.

    Begint een wonder met bewolking.

  • Designbank

    Designbank

    Je koopt een huis,
    en krijgt er een leven bij.
    Toen Man en ik onlangs ons tweede huis in Frankrijk kochten, wisten we precies wat we kregen.
    Een huis.
    Met inhoud.
    Veel inhoud, zo bleek.
    Niet alleen tuinstoelen.
    Maar ook televisies.
    Stoelen.
    ontzettend veel stoelen en
    lampen.
    Decoratieve canvassen met Franse mediterrane tafereeltjes, of Van Goghs, of nou ja, replica’s. Nachtkastjes. Bedden. Heel veel bedden.
    In Nederland is verhuizen meestal een vrij overzichtelijke aangelegenheid.
    De een eruit.
    De ander erin.
    Spullen van verkoper verdwijnen in dozen.
    Spullen van koper ervoor in de plaats.
    Oké, soms blijven gordijnen hangen.
    Of vloertje liggen.
    Misschien is het de koelkast waarover nog even wordt onderhandeld.
    Maar een bank?
    Zelden.
    Die gaat mee.
    Desnoods met verhuislift door het raam.
    Hier gaat het anders. Vaak wordt een huis samen met een deel van de inboedel verkocht.
    Niet omdat de Fransen massaal hun hele leven bij de voordeur zetten en zeggen: succes ermee.
    Maar omdat het onderdeel kan zijn van de verkoop.
    Meubels kunnen worden meegenomen in de afspraak tussen koper en verkoper.
    Dus ons huis zag er bij overdracht al behoorlijk uit alsof we er morgen konden gaan wonen.
    Sterker nog: dat deden we ook.
    En dus was de verhuizing opvallend snel geregeld.
    Dat krijg je als alles er al staat.
    Hier lijken mensen te denken: dit huis werkt zo, waarom zou je alles eruit halen?
    Zit wel iets in.
    Het bespaart een hoop gesjouw voor hetzelfde resultaat.
    En zo kregen Man en ik als nieuwe eigenaren niet alleen de sleutel,
    maar ook spullen die er al stonden.
    Hoefden we ook niet onmiddellijk een vrachtwagen te bestellen, een nieuwe bank uit te zoeken en zes weken op de levering te wachten.
    Welnee.
    Gewoon hupetee naar binnen.
    Tas neer.
    En gaan zitten op die designbank.
    Want hè!
    Dat was ie notabene.

  • Op Papier

    Op Papier

    Na vijf jaar was het tijd voor een verhuizing.
    Pas de veertiende keer.
    Dus ach.
    Op papier leek het simpel.
    Een huis verkopen.
    Een groter huis terugkopen.
    Ja, ja, ik weet het.
    Leeftijdsgenoten gaan kleiner wonen.
    Man en ik niet.
    Wij gingen voor groter.
    Man wilde meer olijfbomen.
    Ik een privézwembad.
    Een whirlpool.
    Minimaal drie badkamers.
    En overal airco.
    Na deze zomer geen overdreven wensenlijst.
    Op zonne-energie.
    Uiteraard.
    Vijf jaar geleden kwamen we naar Frankrijk.
    We kochten een stukje van een oude Mas.
    Het idee was toen een maison d’été.
    Een huis voor de zomer.
    Dat liep even anders.
    We gingen er wonen.
    Man werd huisarts.
    Vijf jaar later stonden we opnieuw bij de notaris.
    Om te verkopen.
    En om een ander huis te kopen.
    Tot zover leek het simpel.
    Uiteraard zijn er ook in Frankrijk regels.
    En voorwaarden.
    Sommige kende ik.
    Andere leerde ik pas kennen toen ze belangrijk werden.
    Tja.
    Want er kwam een koper.
    Een serieuze, dachten Man en ik.
    En dus een compromis de vente.
    En een datum.
    Tien dagen bedenktijd.
    Een naderend afscheid.
    Dachten we.
    Maar het was nog lang niet voorbij.
    Want er waren documenten.
    Veel documenten.
    Een akoestisch rapport.
    SPANC-documenten.
    Notulen.
    Conceptnotulen.
    Een tweede conceptversie.
    Misschien toch een tweede notaris.
    Daarna kwamen de termen.
    Clause de substitution.
    Clause pénale.
    Diagnostics techniques.
    Bewijsstukken.
    Cassatie-uitspraken.
    Man en ik wisten inmiddels niet meer of we een huis verkochten of rechten studeerden.
    En ergens bleek dat een handtekening in Frankrijk iets anders betekent dan je als Nederlander denkt.
    En er kwam nog iets bij.
    Een notaris is niet altijd de notaris die je denkt dat hij is.
    Nou ja.
    Hier dan.
    En toen was het gisteren zover.
    We kochten het huis.
    En verkochten het gedeelte van de oude Mas.
    Een paar dagen daarvoor waren we al verhuisd.
    Vijf jaar geleden schilderde ik gele letters op blauwe stenen.
    Vandaag kwamen er opnieuw letters op stenen.
    Rode stenen.
    Witte letters.
    Le Mas des Chênes.
    Aan de overkant van dezelfde straat.
    Route des Brousses.
    Molières-sur-Cèze.
    Het hele huis.
    Voor ons alleen.

  • (Bakker) Léo

    (Bakker) Léo

    Vijf jaar geleden merkte ik het al.
    Het zijn vooral de mannen.
    Vroeg in de ochtend.
    Met een baguette onder hun arm.
    Niet één of twee.
    Nee, een gestage stroom.
    Ze groeten elkaar.
    Ze maken een praatje.
    Alsof het toeval is.
    Terwijl iedereen weet hoe laat de bakker opengaat.
    Vrouwen zie ik weinig.
    Die komen later.
    Als de werkdag al begonnen is.
    Wat overblijft zijn de mannen.
    Mannen met tijd.
    Sinds een aantal maanden brandt de oven weer in Molières-sur-Cèze.
    Le Pain de Léo.
    Dat lijkt een kort berichtje.
    Maar daarvoor was de bakkerij ruim anderhalf jaar dicht.
    Een gat in het ochtendritueel.
    Want in een gehucht als dit is een bakker immers geen gewone winkel.
    Waarom begin je juist hier een bakkerij?
    Ruim duizend inwoners.
    Veel gepensioneerden.
    In een streek waar mijnen al decennia zwijgen.
    Waar industrie verdween, maar mensen bleven.
    En een baguette kost tussen de € 1,10 en € 1,30.
    Daar houd je geen grote winst aan over.
    Een dorpsbakker leeft niet van één brood.
    En ook niet van tien.
    Hij leeft van gewoonte.
    Van mensen die iedere ochtend terugkomen.
    Morgen weer.
    En overmorgen ook.
    Steeds rond dezelfde tijd.
    Een paar honderd broden moeten iedere ochtend de deur uit.
    Terwijl mensen nog slapen, is de bakker wakker.
    Het deeg rijst.
    De oven heet.
    Vers moet het brood in de schappen liggen.
    Want de eerste uren van de ochtend bepalen de hele dag.
    Een brood dat vanmiddag nog in de mand ligt, wordt morgen geen vers brood meer.
    Brood laat zich niet uitstellen.
    Brood hoort bij een ritme.
    Net als de mannen die ik iedere ochtend zie.
    Ze halen een baguette.
    Maar ook een praatje.
    Een reden om de deur uit te gaan.
    En in Molières-sur-Cèze is dat misschien wel net zo belangrijk als het brood zelf.

    NB.
    De komende weken verschijnt er even geen blog.
    Dochter komt met kleinzoon.
    Toeval bestaat.
    Hij heet Leo.

  • Coco

    Coco

    ‘Of ik een witte legging had?’ vroeg ze.
    Tuurlijk.
    Want hé, Croix doet niet aan mode.
    Nou ja… dat is ook niet helemaal waar.
    Afgelopen najaar was ik een paar dagen in Parijs.
    En daar bleek bruin ineens het nieuwe zwart te zijn.
    Dus eenmaal terug heb ik de winkel omgegooid.
    ‘Parijs heeft het voor het zeggen,’ riep ik.
    Wonderlijk genoeg werkte de collectie ook nog eens mee.
    Maar goed,
    ik dwaal af.
    Terug naar die buurvrouw.
    Een korte witte legging zocht ze.
    Maat XS.
    En ik vond hem.
    Dus liep ik, zoals iedere vrijdagochtend, de bocht om voor koffie.
    Dit keer met die witte legging onder mijn arm.
    Mijn buurvrouw woont nog geen honderd meter verder.
    In een huis dat al jaren te koop staat.
    Met oude vitrage achter de ramen.
    Verweerde kozijnen.
    Waar de was buiten hangt als het weer het toelaat.
    Ik loop de trap op en sta meteen in de woonkamer.
    Ze zit al aan de koffie.
    Iedere vrijdag hetzelfde.
    En achter een van de ramen zit Coco.
    Mijn buurvrouw kocht hem dertig jaar geleden bij een soort Briconaut.
    Dat kon toen nog.
    Inmiddels zijn zij, Coco en het huis samen ouder geworden.
    Het huis lijkt niet van plan te veranderen.
    Donkere eiken kasten.
    Een stenen vloer.
    Een gasfornuis met oven.
    Geen enkel meubel dat zich ooit iets van woontrends heeft aangetrokken.
    Niks Ikea.
    Altijd koffie.
    Een sigaret.
    En voor Coco cashewnoten.
    Deze keer draagt mijn buurvrouw trouwens geen witte legging, maar een felgroene jurk.
    Precies dezelfde kleur als Coco.
    Dat kan hier, in Les Brousses.

  • Juni.

    Juni.

    Ineens was het weer warm.
    Het tropenrooster meldde zich vanzelf.
    De dagen beginnen voor zeven uur.
    Eerst de prooien van de nacht opruimen.
    Een muis.
    Een slangetje.
    Pas daarna krijgen Karel en Coco ontbijt.
    Alles heeft hier zijn volgorde.
    Ik trek mijn baantjes.
    Katten langs de rand.
    Na een tijdje verdwijnen ze.
    Onder een struik.
    Op een stoel.
    Op plekken waar de schaduw blijft hangen.
    Dieren volgen de zomer zonder vragen.
    De mens doet dat minder vanzelf.
    Juni 2025 was ook warm.
    Maar niet zo vroeg.
    Niet zo lang.
    Wie nog in de tuin werkt, doet dat voordat het licht te scherp wordt.
    Je hoort een hark.
    Een snoeischaar.
    De buurman zegt: “Il commence à faire chaud.”
    Potten met bloemen zijn verhuisd naar schaduwrijke plekken.
    Mijn yogalessen zijn gestopt voor dit seizoen.
    De wandelgroep heeft elkaar bon été gewenst.
    Tot september.
    De dagen worden langer.
    Er gebeurt minder.
    Over twee weken komt de stroom vakantiegangers op gang.
    Langzaam komen ze de Franse dorpen binnen.
    Ze lijken geen last te hebben van de hitte.
    Wandelend op momenten waarop hier niemand meer loopt.
    Fietsend wanneer de lucht zwaar is.
    Liggend bij het zwembad wanneer de zon het felst is.
    Rond twee uur verschijnen ze op de terrassen.
    Op zoek naar een lunch die allang voorbij is.
    Ze blijven even staan.
    Zeggen dat het hier rustig is.
    Wat klopt.
    Want de Fransen hebben dan allang gegeten.
    Na de lunch valt het stil.
    Alsof het dorp zichzelf heeft uitgezet.
    Zelf houd ik me schuil.
    Met een boek.
    In een kamer met airco.

  • Vive le drapeau.

    Vive le drapeau.

    Tijdens de jaarvergadering van Croix Rouge luisterde ik met mate.
    Cijfers werden besproken.
    Commissies benoemd.
    Besluiten genomen.
    Kortom, er werd vergaderd zoals Fransen kunnen vergaderen.
    Ik dommelde een beetje.
    Tot die dia verscheen.
    Over twee heren die waren benoemd tot porte-drapeau.
    Pardon, dacht ik.
    Vaandeldragers.
    Dat is dus Frankrijk.
    Ineens zag ik die vlaggen overal.
    Nu het voetbal weer bezig is, helemaal.
    In Nederland kleurt alles oranje.
    Maar in Frankrijk gaat dat anders.
    Hier verschijnen vlaggen.
    Aan gevels.
    Aan balkons.
    In voortuinen.
    Zodra het elftal speelt, duikt overal de tricolore op.
    Maar die vlag is meer dan een voetbalattribuut.
    Bij Croix Rouge hebben ze er twee mannen voor.
    Porte-drapeau.
    Mijn buurman vindt trouwens dat ik niet hoef te kiezen tussen oranje of tricolore.
    Nederland doet alleen mee omdat er anders niet genoeg deelnemers waren.
    Dat beweert hij ieder toernooi weer.
    En ieder toernooi klinkt hij even tevreden.
    Vanmiddag heeft mijn buurvrouw de vlag opgehangen.
    Als Frankrijk wint, blijft hij hangen.
    Vive la France.

  • Compromis de Vente

    Compromis de Vente

    Gisteren hebben we het de wereld verteld.

    Dat de Compromis de Vente rond is.

    Dat de wettelijke bedenktijd van tien dagen voorbij is.

    Iedereen die ooit een huis in Frankrijk kocht of koopt kent dit woord.

    Compromis de Vente.

    Klinkt eenvoudig.

    Alsof je het uitspreekt en daarna weer verder gaat met de dag.

    Maar zo is het niet.

    Want tussen al die officiële woorden leeft iets anders.

    Iets wat nergens in een document past.

    Iets wat geen notaris vastlegt.

    Sommige veranderingen worden namelijk pas voelbaar als ze definitief zijn.

    Feit is dat Man en ik de Mas gaan verlaten.

    De plek waar we vijf jaar hebben gewoond.

    En Karel en Coco hun hele kattenleven.

    De binnenplaats.

    De stenen die ’s zomers warm worden en ’s winters koud blijven.

    En alles wat daar verder ongemerkt bij is gaan horen.

    Meer dan je op een verhuislijst kwijt kunt.

    Dat verhuizen blijft trouwens een merkwaardig fenomeen.

    Dat begint niet op de dag dat de dozen zijn ingepakt.

    Het begint op het moment dat een handtekening verandert in een afscheid.

    Dat je nog precies hetzelfde leeft als gisteren, maar weet dat niets meer helemaal

    hetzelfde is.

    Als het gaat zoals het nu gaat, doen we dat midden september.

    Voor de dertiende keer.

    Alsof bewegen ons beter afgaat dan blijven.

    Of misschien omdat Man en ik inmiddels weten hoe het voelt

    om opnieuw te beginnen.

    Het huis waar we naartoe hopen te gaan ligt op een andere heuvel in Les Brousses.

    Met oprijlaan die steiler is dan mijn rijlessen ooit hebben durven oefenen.

    En toch…..

    Sommige dingen leer je niet in theorie.

    Niet in een voorbereiding.

    Niet op papier.

    Maar pas wanneer je er werkelijk voor staat.

    Misschien is dat wat verhuizen is.

    Niet het verplaatsen van dozen maar het verschuiven van een leven.

    Een tafel hier.

    Een stoel daar.

    Sommige herinneringen neem ik mee.

    Andere laat ik achter.

    Tenminste, dat denk ik.

    Want huizen liet ik achter, maar de tijd die ik er doorbracht bleef.

    N’aie pas peur d’essayer, zeggen de Fransen.

    Man en ik zien wel weer waar we uitkomen.

    Maar eerst de volgende Compromis de Vente.

  • De revolutie

    De revolutie

    Woensdagochtend.
    Zoals altijd stonden we eerst wat te praten voor we gingen lopen.
    Over het weer.
    Over knieën.
    Over wie er deze week eindelijk een afspraak in het ziekenhuis had.
    Toen zei ik:
    “Ik heb nieuws.”
    Ze keken op.
    Ik had iets opmerkelijks gelezen in Midi Libre.
    Meer bier dan wijn in Frankrijk.
    Ik herhaalde het nog eens.
    Meer bier dan wijn.
    In Frankrijk.
    Ik schrok er een beetje van.
    Alsof de krant had gemeld dat de Tour voortaan op elektrische fietsen wordt gereden.
    Mijn wandelvrienden lachten.
    Natuurlijk lachten ze.
    Maar niemand zei:
    “Onmogelijk.”
    Dat viel me op.
    Volgens een van hen was het vrij simpel.
    “C’est le prix.”
    Voor 89 cent koop je een biertje.
    Voor wijn moet je al beginnen rekenen.
    Vier euro.
    Vijf euro soms.
    En dan proef je vooral de teleurstelling.
    Zei Vincent, beter bekend als Tom-Tom.
    Onze routeplanner.
    We liepen verder.
    Langs wijngaarden.
    Kilometers druivenstruiken.
    Rijen vol.
    Alsof er niets aan de hand was.
    Aan de rivier zat een man in een trainingsbroek.
    Een blik bier naast zich.
    Een stokbrood onder zijn arm.
    Achter hem lag de wijngaard.
    Bordeaux.
    Bourgogne.
    Champagne.
    De heilige drie-eenheid.
    Maar voor hem stond een koelbox.
    En de man nam een slok bier.
    De revolutie is compleet.

  • Tabac

    Tabac

    Maandagochtend Molières-sur-Cèze.
    Ik haal de navette op.
    De witte Peugeot van het sociaal centrum.
    LE CENTRE op de ramen.
    Voor één euro vijftig naar Saint-Ambroix.
    Intermarché.
    Lidl.
    Carrefour.
    Het wekelijkse uitje.
    De navette staat voor de tabac.
    Altijd voor de tabac.
    Naast de bakker de laatste winkel van het dorp.
    Sigaretten.
    Krasloten.
    Gasflessen.
    Vergeelde affiches van loto-avonden achter het raam.
    Boven de deur het rode tabac-bord.
    Dat rood hoort bij Frankrijk.
    Zelfs in dorpen waar bijna niets meer over is.
    Iedere maandag hetzelfde.
    Sigaretten halen.
    Even praten.
    Dan weer instappen.
    Bijna iedereen rookt.
    Gewoon openlijk.
    Alsof het 1998 is.
    In Nederland verdwijnen de sigaretten steeds verder uit beeld.
    Hier staat de tabac gewoon midden in het dorp.
    De deur open.
    Mensen lopen in en uit zonder haast.
    Ooit was dit een rijk mijndorp.
    Nu wonen er vooral ouderen.
    Mensen die tellen tot het einde van de maand.
    Juist hier blijft de tabac belangrijk.
    Niet alleen voor de sigaretten.
    Maar als vast punt in de dag.
    Een plek waar nog wordt gepraat.
    In de grote steden verandert alles snel.
    Hier niet.
    Niet iedereen heeft haast om het oude leven op te ruimen.