top of page
  • clarablaauw

Dr. Bernard (deel vier)

Een beetje wantrouwend had zij Man aangekeken,

want haar geloof in dokters was,

na de val van de trampoline, met dat snoepje in haar mond, wat opgedroogd.

Alle hoeken van de zorg had zij, na het accident, in korte tijd namelijk gezien.

En het woord hartfilmpje (ja- we zijn in Frankrijk) had ze er wel degelijk uitgefilterd.

Al was ze pas negen.

Dus begon Man zijn prille-arts patiënt relatie op min 1.

Maar ja, zij moest wel want ze werd geteisterd door angst sinds de val.

Als ze ook maar iets voelde in haar keel, dacht ze direct aan die cardioloog met zijn opmerking.

Doodgaan zou ze.

Dacht ze.

Sinds 2001 is ie huisarts.

De Man.

Toen hij met dit vak begon zag hij huilbaby’s, af en toe een ruziënd echtpaar, of iemand met een persoonlijkheidsstoornis.

Hij beoordeelde vlekjes op de rug of mat eens een bloeddruk.

Zes patiënten in een uur.

Het was net te doen.

Maar tijden veranderde in Nederland.

Meer assistentes, praktijkondersteuners in alle vormen en maten, huisartsen in opleiding.

Hij zag ze nog wel die hulpvragers, maar het waren niet langer de bloeddrukken of de verdachte vlekjes.

Nee.

Man zag vooral de grotere somatische, psychische en misschien in wel vooral de sociale problematiek.

Want de politiek verkocht de jeugdzorg in Nederland.

Het (huis)artsen vak werd in de loop van zijn tijd steeds meer een vrouwending.

En stijf van de protocollen.

Iedere vermeende fout leverde wel weer een nieuw protocol op.

Toch bleef de Man proberen een goede dokter te zijn.

Eentje die weet dat nietsdoen het bijna altijd wint van (te) veel doen.

Eentje van de tijd heelt.

Een handen op de rug dokter, afwachten.

Na bijna anderhalf jaar geloof ik dat Man het wel past.

Hier werken, op het platteland in de Cevennen.

Op een plek waar er meer kans is op een alcohol verslaving dan op de jackpot.

Of waar contact met collega’s bestaat uit eerst eten en drinken en daarna pas vergaderen

En altijd zonder agenda en altijd zonder notulen.

Terug naar het gevoel, de empathie, het luisterende oor.

De tijd is je vriend had Man gezegd tegen de negenjarige.

Net als bij een verstuikte enkel.

Het is de pijn die je soms weer even herinnert aan de val.

Dus ik ga niet dood had het meisje vervolgens huilend aan haar moeder gevraagd.

Tuurlijk,

een hartinfarct herkennen is mooi, een blinde darm ook. Maar dit.

Dit zorgde ervoor dat de Man na deze consultatie dacht:

Ik ben denk ik wel op mijn plek hier.

Patiënten de tijd kunnen geven, dat blijkt namelijk altijd bevorderend te zijn voor de communicatie.

Niet alleen bij deze anderstalige dokter en niet alleen in Frankrijk.

Dus vier patiënten per uur.

Hooguit.



Recente blogposts

Alles weergeven

Een muts

Volkstellers

bottom of page