• clarablaauw

Huisvrouwenbestaan


Bij ons staan er altijd “dingen” op het aanrecht.

Een vies bord, gebruikt theekopje, mes met roomboter.

Het aanrecht is nooit leeg.

Tuurlijk, wij hebben wel een vaatwasser maar op een of andere wijze belanden “dingen” bij ons op het aanrecht.

En die “dingen”,

die negeren Man en ik .

Geef toe, het is droevig.

Dat ik nu nog niet weet hoe je een huishouden runt.

Hoe je streep-loos ramen schoon krijgt.

Of je een wit of gekleurd wasmiddel gebruikt bij een wit shirt met kleurtjes.

En dus ook, hoe je dat aanrecht leeg houd.

Op mijn leeftijd zou je dat je dit soort zaken natuurlijk echt allang onder de knie moet hebben.

En eerlijk gezegd heb ik altijd gedacht dat dit wel een-soort-van- vanzelf zou gaan.

Dat ik, op het moment dat ik op kamers ging, ik volautomatisch handig zou zijn in die huishouding.

Dat er er een moment in mijn leven zou komen dat ik viezigheid niet meer zou tolereren.

Dat ik gekregen bloemen niet meer in een vaas prop zonder steeltjes schuin af te snijden.

Maar nee.

Das nooit echt gebeurd.

Eigenlijk kan ik het wel voluit zeggen: ik ben gewoon een luie huisvrouw.

Ik kan een rommelige keuken aan.

Ik vind een volle wasmand niet erg.

Of het feit dat ik mijn lippenstift overal in huis kan vinden behalve in de badkamer.

I like it.

Want ik ben een slechte huisvrouw.

Overigens, ik ben wel erfelijk belast.

Mijn moeder vond poetsen ook zwaar overschat.

Met als extra verschil tussen ons,

Dat zij wel en ik niet thuis hoefde te blijven om het huis picobello in orde te hebben.

Ik kon en mocht werk een belangrijk onderdeel van mijn leven maken.

De hele dag buitenshuis werken, en in avond of weekend een soort van huishouden doen.

Als een tweede huis, zo voelt mijn werkplek.

En de vraag is natuurlijk hoe gaat dit als ik stop met werken.

De Corona crisis plaats die toekomst eerder dan gepland in een ander perspectief.

Want nu ik niet meer ben waar ik altijd was, merk ik dat ik een deel van wie ik ben verlies.

Mijn identiteit blijkt ook mijn professionele identiteit.

Het doel is jaren lang geweest om juist die identiteit te maximaliseren.

Groeien was het motto.

Rupsje nooit genoeg.

Heb ik mijn werk een te belangrijk onderdeel van mijn leven gemaakt ?

Met als resultaat dat er ergens in mijn hoofd een hersenkronkel zit dat ik “iets’ moet doen.

Gaat het dan nu eindelijk toch gebeuren ?

Die geur van versgebakken koekjes.

Net zoals de fijne seizoensgebonden sfeer in huis en iedere dag een verse maaltijd.

Verander ik in de Cevennen in de traditionele huisvrouw die ik echt nooit wilde zijn.

Zal ik het na zes maanden tussen de bomen, geen baan, niet op een gillen zetten

Want huisvrouw worden dat was toch de paria van de maatschappij zijn.

Aan die beeldvorming als vrouw van de 2e feministische golf heb ik maar wat graag bijgedragen

Ik ben opzoek naar de blauwdruk.

Actief blijven hoor ik iedereen zeggen.

Maar dan nu dus niet perse met werk.

En toch geloof ik er niet in dat dit betekent dat alles straks blinkt en glimt in ons huis.

Want ik ontdek dat ik eigenlijk heel graag verhaaltjes schrijf.

En wanneer ik ze niet schrijf, ik er graag over nadenk.

Lopend- alleen -zwervend.

Nee- ik eerlijk gezegd vrees dat er nog altijd “dingen” zullen liggen op het aanrecht.

Ook in de Cevennen.

Recente blogposts

Alles weergeven

Proost

Croix Rouge